Veldesdoorn
mannelijk (de)/ˈvɛltɛzdorᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort loofboom, , die inheems is in de Benelux, tot 12 meter hoog kan worden en behoort tot de zeepboomfamilieDe heg bestaat uit `meidoorn, veldesdoorn en hedera', en bij de ingang van de tuin staat een vijg.
Vertalingen
Fransérable champêtre
Spaansarce común, arce menor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek