Venkel
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht uit de schermbloemenfamilie
- (pregnant) plant
- (groente) knol of bladeren van de , een naar anijs smakende groente
- (specerij) (gedroogd) zaad van
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1225
Vertalingen
Engelsfennel
Fransfenouil commun, fenouil
DuitsFenchel
Spaansfoeniculum vulgare, hinojo
Italiaansfinocchio
Portugeesfuncho
RussischФенхель обыкновенный
Chinees小茴香
Japansフェンネル
Koreaans회향
Arabischشمرة شائعة
Turksrezene
Poolsfenkuł włoski
Zweedsfänkål
Deensalmindelig fennikel, fennikel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek