Venus
vrouwelijk (de)/ˈvenʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- afbeelding van de godin VenusBij analytisch begaafde geesten zou het vermoeden kunnen postvatten dat iemand die in zijn allerprilste jonkheid in wanhoop getracht heeft het harde liefdeloze glas van de zuigfles met zijn kleine knuistjes om te kneden tot poezelig vrouwenvlees voorbestemd moet zijn om beeldhouwer te worden. Dat hij met verve de harde materie van marmer en graniet tot een trits torsen, venussen en juno's om zal gaan vormen met lieflijke en dorstverwekkende welvingen.
- afbeelding van een vrouw die de typische lichamelijke kenmerken van vrouwen benadruktVoor de ingang vam het ziekenhuis ‘BovenIJ” stonden op sokkels zes venussen in een koker van metaalgaas.Bij een archeologische opgraving bij Lespuque, is deze venus beschadigd boven de grond gekomen.
- (figuurlijk) mooie, fysiek aantrekkelijke vrouwVan Slooten schrijft over het hartverwarmende on-Nederlandse talent van de Ethiopiërs om een gesprek met een wildvreemde te beginnen, de ongecompliceerde omgang van zwarte venussen met seks en de pracht van het land waar de kalender 13 maanden telt.In de ijskoude vroege morgenstapt een venus op het trottoir;het blonde kopje zonder zorgenals een ordeloos boudoir.
Etymologie
*van "Venus", in de Romeinse mythologie de godin van liefde en schoonheid , geschreven met een kleine letter volgens ; als eerste woord van de naam van een specifiek beeld of schilderij wordt Venus wel met een hoofdletter gespeld
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek