Vos
mannelijk (de)/vɔs/
Wat is de betekenis van Vos?
Vos betekent: (roofdieren) bepaald zoogdier, , met bruinrode kleur en dikbehaarde staart
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) bepaald zoogdier, , met bruinrode kleur en dikbehaarde staart
- (scheikunde) (afkorting) afkorting voor 'Vluchtige organische stof' -> dichloorvos
- (afkorting) afkorting voor 'Vrouwen oriënteren zich op de samenleving' -> voscursus
- (kleding) bont van de vos,
- (paardrijden) bruinrood paard
- (vlinders) benaming voor bepaalde bruinrode vlinders
- (bouwkunde) afdektop van een (rieten) puntdak (Nedersaksisch? verbastering van "vorst"?)
- afkorting van voortgezet onderwijs voor senioren (onderwijs in Suriname)
Voorbeelden van "Vos" in een zin
- In dit gebied zijn vossen losgelaten.
- We wonen bij het teken van de vos aan de Prinsengracht.
- Uit ervaring weet ik dat dit een mens, een hond of een vos kan zijn.
- De boerderij heeft een rieten dak met een rode (of blauwe) vos.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "vos" van Oudnederlands "fus", in de betekenis van ‘hondachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- Een sluwe vos. — Een slim/gewiekst persoon.
- een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken
- Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen/ganzen. — Pas op voor huichelaars, voor mensen die de schijn ophouden goede bedoelingen te hebben
- Kleine vossen bederven de wijngaard — kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel
- Men moet vossen met vossen vangen — je moet een slimme persoon vangen door slim te zijn
Vertalingen
Engelsfox
Fransrenard
DuitsFuchs
Spaanszorro, zorra
Italiaansvolpe
Portugeesraposo
Russischлиса, лисица, лис
Chinees狐狸
Japans狐
Koreaans여우
Arabischثعلب
Turkstilki
Poolslis
Zweedsräv
Deensræv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek