Wagenmaker
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die (paarden)wagens maaktZeeschuim, gedroogde tongevellen, die als het strand roken, waren bij de voddenkoopman, bij alle drogisten verkrijgbaar en meubel- of wagenmakers gebruikten voor het gladmaken van hout 'haaievel' dat zoo hard was als een rasp.
- persoon die (paarden)wagens repareert
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek