Wagenmaker

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die (paarden)wagens maakt
    Zeeschuim, gedroogde tongevellen, die als het strand roken, waren bij de voddenkoopman, bij alle drogisten verkrijgbaar en meubel- of wagenmakers gebruikten voor het gladmaken van hout 'haaievel' dat zoo hard was als een rasp.
  2. persoon die (paarden)wagens repareert