Wegedoorn

mannelijk (de)/ˈweɣəˌdorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort loofboom, , die inheems is in de Benelux, daar vrij zeldzaam in bossen en in struikgewas voorkomt, tot 6 meter hoog kan worden en behoort tot de wegedoornfamilie

Vertalingen

Engelscommon buckthorn, purging buckthorn
Fransnerprun purgatif, nerprun officinal
DuitsPurgier-Kreuzdorn
Spaansaladierna, alaterna, cambrón
Italiaansspino cervino