Winkelaar

mannelijk (de)/ˈwɪŋkɛˌlar/

Wat is de betekenis van Winkelaar?

Winkelaar betekent: iemand die detailhandel bezoekt om op een ontspannen manier inkopen te doen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die detailhandel bezoekt om op een ontspannen manier inkopen te doen
  2. beroep, verouderd (beroep) (verouderd) iemand die detailhandel bedrijft

Voorbeelden van "Winkelaar" in een zin

  • Er wordt vooral geklaagd over te late levering, het niet reageren op klachten van een winkelaar, en de weigering om geld terug te geven, ook als een product binnen de wettelijke termijn wordt teruggestuurd.
  • Roman Ostriakov werd in 2011 betrapt door een andere winkelaar, die de beveiliging inlichtte. Ostriakov had soepstengels afgerekend, maar had twee stukken kaas en een pakje worst in zijn zak gestopt. Vier jaar later werd hij schuldig bevonden aan diefstal en veroordeeld tot zes maanden cel en een boete van 100 euro, schrijft de BBC.
  • {{ouds
  • Zo kwamen we dan eindelijk aan de beurt. Juffrouw?! Wij: een van die hier, ja, en een van die daar. Wij telden onze pasmunt zo onduidelijk neer dat we zelf niet meer wisten of we nu te weinig hadden of genoeg. De winkelaar gelukkig ook niet, zodat we voorzien de straat weer opgingen naar ons wieldier.
  • {{ouds

Etymologie

*[2] van Middelnederlands "winkelare", op te vatten als afgeleid van "winkel"