Zalm

mannelijk (de)/ˈzɑlᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straalvinnigen (straalvinnigen) benaming voor een aantal vissoorten uit de familie (zalmen)
  2. pregnant (pregnant) bepaald soort vis
  3. voeding (voeding) spierweefsel afkomstig van vissoorten uit de familie
  4. kleur (kleur) zachtrode kleur, als die van zalmen

Etymologie

*via Middelnederlands "salm" van Latijn "salmo", in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1270

Uitdrukkingen

  • het neusje van de zalm

Vertalingen

Engelssalmon
Franssaumon
DuitsLachs
Spaanslõhe, salmón
Italiaanssalmone
Portugeessalmão
Russischлосось
Japans
Poolsłosoś
Zweedslax
Deenslaks