Zeearend
mannelijk (de)/ˈzearənt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (havikachtigen) bepaald soort roofvogel die in kustgebieden leeft, , de grootste Europese arendDe zeearend heeft zich in de laatste jaren weer als broedvogel in Nederland gevestigd.
Vertalingen
Engelssea eagle, white-tailed eagle
Fransaigle de mer
DuitsSeeadler
Spaanságuila marina
Poolsbielik
Zweedshavsörn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek