Zeelt
mannelijk/vrouwelijk (de)/zelt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) bepaald soort karperachtiɡe zoetwatervis,Hij ving een zeelt.
Etymologie
*van Middelnederlands "zielt", in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420
Vertalingen
Engelstench
Franstanche
DuitsSchleie
Spaanstenca
Russischлинь
Chinees丁鱥
Turkskadife balığı
Poolslin
Zweedssutare
Deenssuder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek