Zep
mannelijk/vrouwelijk (de)/zɛp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een ondiepe greppel tussen de straat en de stoep bedoeld voor het afvoeren van regenwaterOp Aswoensdag na Carnaval liggen verscheidene Aalstenaars in de zep.
Etymologie
*van Middelnederlands "sijp", cognaat met zijp en zeppe [http://www.vlaamswoordenboek.be/definities/term/zeppe Het Vlaams woordenboek]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek