Zinken

/ˈzɪŋkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) in een vloeistof, meestal water, traag naar beneden zakken
    Het schip is nog niet gezonken, maar dat staat wel te gebeuren.
    Ik deed de heup- en borstriem van mijn rugzak los voor het geval ik in het water zou vallen en dan door het gewicht van mijn rugzak zou zinken.
    Gedurende het dappere maar zinloze verzet brachten ze drie Duitse kruisers en meerdere torpedojagers tot zinken, vooral in het noorden leden de Duitsers zware verliezen.

Etymologie

*Afgeleid van zink

Vertalingen

Engelssink
Franscouler, sombrer
Duitssinken
Spaanshundir
Italiaansaffondare
Portugeesafundar
Russischтонуть
Chinees沉下
Japans沈む
Koreaans가라앉다
Arabischغاص
Turksbatmak
Poolstopić
Zweedssjunka
Deenssynke