Zonnekoning

mannelijk (de)/ˈzɔnəˌkonɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. in pracht en praal schitterende alleenheerser
    Geliefd om zijn groene koers, maar bekritiseerd vanwege zijn riante salaris en vermeende zonnekoning-gedrag. Na elf jaar stopt Eneco bestuursvoorzitter Jeroen de Haas er 'in goed overleg' per september mee. Hij krijgt twee jaarsalarissen mee, in totaal 1,2 miljoen euro. Het personeel is boos over het vroegtijdige vertrek.
    Bewakers hebben vanmorgen lijdzaam toegekeken hoe inbrekers een megaslag sloegen in het historisch museum in Dresden. Daarmee handelden ze volgens het boekje, blijkt. De indringers gingen aan de haal met de kroonjuwelen van August de Sterke alias de ‘zonnekoning van Saksen’.

Etymologie

*, op te vatten als afgeleid van "Zonnekoning", geschreven met een kleine letter volgens omdat het in deze betekenis om een soortnaam gaat

Vertalingen

EngelsSun King