Zwaanridder

mannelijk (de)/ˈzwanrɪdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mythologie (mythologie) hoofdpersoon van een middeleeuws heldenverhaal, waarin een edel krijgsman zich verplaatst in een boot die door een zwaan wordt getrokken
    Bomans ging in zijn lezing ook kort in op Bilderdijks genealogische ideeën. Volgens hem ging de dichter er prat op af te stammen van de Zwaanridder.
    Bij alle anderen is de identiteitswisseling een gevolg van slonzig denken. Warines moeder, de smidsvrouw, is eigenlijk een Keltische moeder-maagd. De ridder die Warine komt halen, blijkt Bohort te zijn, die bovendien Myrddyn heet en bij nader inzien de Zwaanridder Lohengrin is.

Etymologie

*van "zwaanridder", als eigennaam geschreven met een hoofdletter volgens