aaibaarheidsfactor

mannelijk (de)/ˈajbarhɛitsˌfɑktɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin een mens of dier zich laat aaien of blij laat maken
    Sommige mensen vinden het begrip "aaibaarheidsfactor" maar raar.

Etymologie

* In de betekenis van ‘factor volgens welke de wereld wordt ingedeeld’ voor het eerst aangetroffen in 1969

Vertalingen

Engelslevel of cuddliness
Franscoefficient de câlinerie
DuitsKuschelfaktor