aan
/an/
Wat is de betekenis van aan?
aan betekent: verbonden met, tegen, tegenaan
Betekenis
voorzetsel
- verbonden met, tegen, tegenaan
- de ontvangende persoon (datief)
- op een bepaalde plaats
- bestaande uit
- verdeeld in, kapot gaan
- tegen, voor, à (gevolgd door een prijsindicatie)
Voorbeelden van "aan" in een zin
- Het schilderij hangt aan de muur.
- Zij zitten aan aan de maaltijd.
- De stad lag aanweerszij van de rivier.
- Ik geef die rozen aan Sandra.
- aan boord: op het schip.
Etymologie
*[6] Belgisch-Nederlands, vergelijk "à"
Uitdrukkingen
- aan de hand
- aan de lopende meter
- aan het
- aan het hart laten komen
- aan het klokzeel hangen
- de boot is aan
- dienstbaar aan
- het is aan
Vertalingen
Engelsto
Fransà
Duitsan, an
Spaansa
Italiaansa
Deenspå
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek