aanbidder

mannelijk (de)/amˈbɪdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) vereerder van een goddelijk wezen
    In het oude Egypte waren veel aanbidders van Zonnegod
  2. verliefd persoon, die een ander het hof maakt
    De jonge, mooie, rijke, vriendelijke, intelligente vrouw heeft vele aanbidders.
  3. stille aanbidder: een verliefd iemand die zijn liefde niet durft te uiten, een heimelijke aanbidder
  4. persoon die een vrouw liefheeft maar er niet mee getrouwd is
    De verlegen jongen was een stille aanbidder van het knappe meisje.
    Wat hij het meest vreesde was niet een bekentenis over een geheime minnaar, maar de totale afwezigheid van welke minnaar of aanbidder dan ook.
    Ze heeft je blijkbaar weer opgenomen in de kring van haar aanbidders.

Etymologie

* van aanbidden

Vertalingen

Engelsworshipper, admirer
Fransadorateur, admirateur
DuitsAnbeter, Verehrer
Spaansadorador, admirador, adorador
Italiaansammiratore
Portugeesadmirador
Poolswielbiciel
Zweedsbeundrare
Deensbeundrer