aanblik
mannelijk (de)/ˈamblɪk/
Wat is de betekenis van aanblik?
aanblik betekent: de blik van iemand
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de blik van iemand
- het zien van iets
- het uiterlijk van iets of iemand
Voorbeelden van "aanblik" in een zin
- Hij genoot van de aanblik van al de mooie schilderijen in het museum.
- Bij de eerste aanblik van zijn verwoeste huis moest hij huilen.
- Daarvoor was de eerste aanblik te heftig. Jeroen was volledig gekleed en zat met opgetrokken knieën in de douchecabine.
- Ze droeg een blouse met een kraag die met baleintjes werd opgehouden en bijna tot haar kin reikte, hetgeen haar een strenge aanblik gaf.
Etymologie
* samenstelling aan en blik
Vertalingen
Spaansvista, aspecto, espectáculo
Italiaansaspetto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek