aanblik

mannelijk (de)/ˈamblɪk/

Wat is de betekenis van aanblik?

aanblik betekent: de blik van iemand

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de blik van iemand
  2. het zien van iets
  3. het uiterlijk van iets of iemand

Voorbeelden van "aanblik" in een zin

  • Hij genoot van de aanblik van al de mooie schilderijen in het museum.
  • Bij de eerste aanblik van zijn verwoeste huis moest hij huilen.
  • Daarvoor was de eerste aanblik te heftig. Jeroen was volledig gekleed en zat met opgetrokken knieën in de douchecabine.
  • Ze droeg een blouse met een kraag die met baleintjes werd opgehouden en bijna tot haar kin reikte, hetgeen haar een strenge aanblik gaf.

Etymologie

* samenstelling aan en blik

Vertalingen

Spaansvista, aspecto, espectáculo
Italiaansaspetto