aanbrengen
/ˈambrɛŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) brengen naarZij bracht de crème aan op haar gezicht.Haar nagellak was van dezelfde kleur en de make-up die ze droeg was zo zorgvuldig aangebracht dat het puur natuur leek.
- toevoegen, invoegenNadat de zaal was schoongemaakt brachten we de versiering aan.
- wervenTijdens de ledenwerfactie was het de bedoeling dat ieder lid van de vereniging minstens één nieuw lid aanbracht.
Vertalingen
Engelsinstall, fit, inform on
Spaansaplicar, aportar, llevar
Deensanbringen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek