aanbrug

mannelijk/vrouwelijk (de)/'anbrʏx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gedeelte van een brug dat een hoofdoverspanning met het landhoofd verbindt
    Verder staat er schilderwerk op het programma. De hefbrug en de zogenoemde oprijdbrug (ook wel aanbrug genoemd) op de Kerkweg-Oost zouden in het voorjaar en de zomer van 2012 onder handen worden genomen door de provincie Zuid-Holland en de gemeente Waddinxveen.
    De brug is bijzonder. De oeververbinding telt drie onderdelen: een stalen hoofdoverspanning van 285 meter, een zogenaamde noordelijke aanbrug door de uiterwaarden en een zuidelijke aanbrug over een industrieterrein. De totale lengte –inclusief deze op- en afritten– bedraagt 1,5 kilometer.

Vertalingen

Engelsroadway approach slab, abutment of bridge