aanduwen

/ˈandywə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. vaster duwen
  2. ov (ov) verplaatsen door te duwen
    Wegens een startprobleem moesten we de auto aanduwen.

Vertalingen

Engelspress, push
Franspresser, serrer
Duitsandrücken
Spaansapretar, presionar, empujar
Italiaanspremere
Portugeesapertar
Zweedstryck
Deenstrykke