Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

aangalopperen

Betekenis

werkwoord
  1. gallopperend naderen op een paard of van een paard
    Te paard komt Helga door de groene velden aangalopperen bij het Saksische boerderijtje. De houten voordeur vliegt open en drie blonde krullenbollen hollen naar buiten. Bij het witte tuinhek ontmoeten moeder en kroost elkaar. Lachend en blakend van gezondheid. Hoe kan het ook anders met zoveel rust, ruimte en groen om je heen?