aangelande
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈaŋɣəˌlɑndə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eigenaar van een stuk land dat grenst aan een bepaalde waterloop, dijk of weg
- eigenaar van een aangrenzend stuk land
Etymologie
* Afgeleid van aangeland
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek