aanhaken
/ˈanhakə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een haak vastmaken
- (intr) (sport) aansluiting vinden, bv. bij een groep renners
Uitdrukkingen
- aanhaken bij: doorgaan op
Vertalingen
Fransaccrocher
Duitsanhängen
Spaansenganchar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek