aanhangigmaking

vrouwelijk (de)/an'hɑŋəxmakɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanhangig maken
  2. juridisch (juridisch) (procesrecht) inroeping van de bevoegdheid van de rechter of rechtbank

Etymologie

* Samenstellende afleiding van aanhangig en de stam van maken