aanhouden

/ˈanhɑudə(n)/

Wat is de betekenis van aanhouden?

aanhouden betekent: (ov) staande houden

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) staande houden
  2. ov, juridisch (ov), (juridisch) arresteren
  3. in beslag nemen
  4. inerg (inerg) volhouden
  5. erga (erga) voortduren
  6. ov (ov) niet toewijzen, niet behandelen, uitstellen

Voorbeelden van "aanhouden" in een zin

  • De hardrijder werd aangehouden en bekeurd.
  • Tijdens de ongeregeldheden werden de ergste raddraaiers aangehouden.
  • Bij de supermarkt aan de Iepenlaan in Woerden heeft de politie maandagochtend een 17-jarige jongen uit Litouwen aangehouden op verdenking van diefstal van boodschappen met een winkelwaarde van € 57,-. De dief wilde die morgen rond tien uur een winkelwagen vol boodschappen zonder te betalen de winkel uitloodsen. Reformatorisch Dagblad 09-12-2008 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/achtervolging-jeugdige-winkeldief-in-woerden-1.1317129 Achtervolging jeugdige winkeldief in Woerden]
  • Ook in Retranchement in Zeeuws-Vlaanderen werd gisteren een groepje Belgische wielrenners aangereden. Drie van hen raakten gewond, van wie een man uit Knokke-Heist voor behandeling naar het ziekenhuis moest. De bestuurder hier had gedronken, hij werd aangehouden.
  • Het meisje bleef maar aanhouden met zeuren over het hondje dat ze wilde hebben.

Uitdrukkingen

  • aanhouden op: gaan in de richting van
  • Een zaak aanhouden

Vertalingen

Engelsstop, halt, arrest
Duitsanhalten, festnehmen, beschlagnahmen
Spaansdetener, arrestar, aplazar
Italiaansarrestare
Poolszatrzymać, aresztować