aanmanen

/ˈanmanə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) aansporen, manen, bevelen, oproepen
    Toen hoorde hij tot zijn angst en vreugde de stem van de aartsengel Gabriel als een lied van binnen uit de klif komen, een stil lied dat hem aanmaande zijn landsheer te halen want die had een nog grotere zorg.

Vertalingen

Engelsadmonish, dun, dun for payment
Spaansexcitar, exhortar, requerir