aannemer
mannelijk (de)/ˈanemər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die een (bouw)werk uitvoert tegen een bepaalde prijsToch heb ik die Waalse aannemer drie weken geleden gebeld en gevraagd om dat twee meter hoge hekwerk rond mijn tuin te bouwen.
Etymologie
*afgeleid van aannemen
Vertalingen
Engelscontractor
DuitsBauunternehmer
Spaanscontratista, destajista, asentista
Italiaansappaltatore, appaltatore
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek