aanraakt
ˈanrakt
Wat is de betekenis van aanraakt?
aanraakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanraken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanraken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanraken
Voorbeelden van "aanraakt" in een zin
- ... dat jij aanraakt.
- ... dat hij aanraakt.
- 'Ze vindt het heel fijn als je haar aanraakt.'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek