aanrecht
/ˈanrɛxt/
Wat is de betekenis van aanrecht?
aanrecht betekent: (huishouden) vaste tafel met kastjes langs keukenwand voorzien van een waterbestendig aanrechtblad
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) vaste tafel met kastjes langs keukenwand voorzien van een waterbestendig aanrechtblad
Voorbeelden van "aanrecht" in een zin
- De afwas van gisteren stond nog op het aanrecht.
- Het enige recht van de huisvrouw was vroeger het aanrecht.
- ‘Volgende ronde,’ zei ze met een scheve grijns op haar gezicht en ze zette beide borden op het aanrecht.
Veelgestelde vragen over aanrecht
Wat is de betekenis van aanrecht?
aanrecht betekent: (huishouden) vaste tafel met kastjes langs keukenwand voorzien van een waterbestendig aanrechtblad
Hoe gebruik je aanrecht in een zin?
Voorbeeld: “De afwas van gisteren stond nog op het aanrecht.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘keukenblok’ voor het eerst aangetroffen in 1542
Vertalingen
Engelsworktop, countertop
Fransévier
DuitsAnrichte
Spaansencimera
Zweedsköksbänk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek