aanrijgen
/ˈanrɛiɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) aan een draad rijgenVerder zijn er glaskralen groot en klein aangeregen en zilveren kralen.
- (ov) vaster rijgen
Vertalingen
Engelsthread, string
Fransenfiler
Duitsanreihen
Spaansensartar, enhebrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek