aanrijgen

/ˈanrɛiɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) aan een draad rijgen
    Verder zijn er glaskralen groot en klein aangeregen en zilveren kralen.
  2. ov (ov) vaster rijgen

Vertalingen

Engelsthread, string
Fransenfiler
Duitsanreihen
Spaansensartar, enhebrar