aanroeping
vrouwelijk (de)/'anrupɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de keer dat men vraagt om steun en bijstand bij een hogere machtPoetin zei donderdag in Londen dat er 'niets goeds was' aan het protestlied. Onder aanroeping van de Heilige maagd Maria bij het altaar van de kathedraal zong de groep in een 'punkgebed': 'Gooi Poetin eruit'.
Etymologie
* van aanroepen
Vertalingen
Engelsinvocation, calling
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek