aansteller

mannelijk (de)/ˈanstɛlər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zich aanstelt; iemand die doet alsof er iets heel ergs aan de hand is
    Mijn ouders vinden me een aansteller.
    " Antwoord: nee! Ik word hier weggezet als een aansteller, een actreutel, terwijl jullie problemen allemaal o-zo-belangrijk zijn.

Etymologie

*afgeleid van aanstellen

Vertalingen

Engelsposer, poseur
Franscabotin, poseur
DuitsAnsteller
Spaansfarsante, presumido
Zweedsperson full av överdrifter