aantasten

/ˈantɑstə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (langzaam) beschadigen, aangrijpen waardoor iets lelijker wordt
    Het metaal werd langzaam aangetast door de zure neerslag.
    Eigenlijk was hij geen roker, maar hij wist dat de scherpe rook van deze zwarte schoonheid de conditie van zijn tegenstander meer zou aantasten dan die van hemzelf.
    Uiteindelijk is het de optimaliseringsdrift van de eenentwintigste eeuw die hem ten val brengt, en wel in de vorm van een overijverige landschapsarchitect, die de huiseigenaren voorspelt dat de wortels van de grote boom op een dag de funderingen van het huis zullen aantasten.

Vertalingen

Engelsaffect, corrode
Fransatteindre, nuire
Duitsangreifen
Spaansatacar, cariar, repudrir
Italiaansattaccare