aanvaarding

vrouwelijk (de)/aɱˈvardɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanvaarden
    Op dezelfde manier kan een zenboeddhistische kom, waarvan vorm en ontwerp zinspelen op bescheidenheid, waardige eenvoud en welwillende aanvaarding van onvolmaaktheid, de aanschouwer terugbrengen naar de grondbeginselen van de zenleer.
    De dwaasheden van de emigrés heeft ons hiertoe gedwongen; en bij de aanvaarding was het noodzakelijk er geen twijfel aan te laten bestaan dat deze te goeder trouw was.

Etymologie

* van aanvaarden .

Vertalingen

Engelsacceptance
Fransacceptation
DuitsAkzeptierung
Spaansaceptación
Zweedsacceptering