aanvangsuur
onzijdig (het)/ˈaɱvɑŋsˌyr/
Wat is de betekenis van aanvangsuur?
aanvangsuur betekent: tijdstip dat iets begint
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijdstip dat iets begint
Voorbeelden van "aanvangsuur" in een zin
- Maar ook zij had de wisselvalligheid in het Nederlandse spel geconstateerd. "Soms was het heel goed, maar soms ook heel slecht. Ik heb daar nog geen verklaring voor. Maar ik ga zeker niet de schuld zoeken bij het vroege aanvangsuur."
- De speciale eurotop vandaag - gezien het aanvangsuur laat in de middag meer een langdurig diner - wordt ronduit zware kost voor de disgenoten. Er ligt veel op hun bord: het opgeven van soevereiniteit, een nieuw meganoodfonds (500 miljard euro) voor zwakke eurolanden en bovenal behoud van de welvaart.
Veelgestelde vragen over aanvangsuur
Wat is de betekenis van aanvangsuur?
aanvangsuur betekent: tijdstip dat iets begint
Welk woordgeslacht heeft aanvangsuur?
aanvangsuur is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van aanvangsuur?
Synoniemen van aanvangsuur zijn: begintijd, beginuur, aanvangstijd.
Hoe gebruik je aanvangsuur in een zin?
Voorbeeld: “Maar ook zij had de wisselvalligheid in het Nederlandse spel geconstateerd. "Soms was het heel goed, maar soms ook heel slecht. Ik heb daar nog geen verklaring voor. Maar ik ga zeker niet de schuld zoeken bij het vroege aanvangsuur."”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek