aanvegen

/ˈaɱveɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) vegend reinigen
    Tijdens mijn schooltijd heb ik vaak voor straf het schoolplein moeten aanvegen.
    Op de doeken van Johannes Vermeer en Pieter de Hooch staan geen militaire defilés of goddelijke boodschappen afgebeeld, maar iets wat veel moediger en bevrijdender is: mensen zoals wij, die eenvoudige, belangrijke, gewone dingen doen, zoals de binnenplaats aanvegen, de was opbergen, het haar van de kinderen op neten controleren en het eten klaarmaken.

Uitdrukkingen

  • de vloer aanvegen met iemand

Vertalingen

Engelssweep
Spaansbarrer
Italiaansspazzare