aanvliegen

/ˈaɱvliɣə(n)/

Wat is de betekenis van aanvliegen?

aanvliegen betekent: (erga) vliegend naderen

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) vliegend naderen
  2. ov (ov) onstuimig afkomen op

Voorbeelden van "aanvliegen" in een zin

  • Er kwam een vlucht wulpen aangevlogen die vlak voor onze neus neerstreek.
  • ' Er komt een gaai aanvliegen, hij strijkt neer op de vensterbank.
  • Dan hoor ik plotseling het geluid van een helikopter. Hij komt aanvliegen, zijn wieken waaien boven mijn hoofd. Het zoemt en brult tot hij landt, vlak naast me op het kussen. Ik open mijn ogen en schrik me de tandjes. Het is een mot, zijn vleugels vouwen in elkaar.
  • Onze anders zo vriendelijke hond vloog de inbreker genadeloos aan.