aanvoering

vrouwelijk (de)/ˈaɱvurɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onder ~ van: terwijl ... aanvoert
    De vloot, onder aanvoering van lord Howard van Effingham, bijgestaan door Drake, Hawkins en Frobisher, allen ervaren zeelieden met grote moed en vindingrijkheid, verzamelde zich te Plymouth, waar de aanval werd verwacht.

Etymologie

* van aanvoeren

Vertalingen

Engelsleading
Fransdirection
DuitsFührung
Spaansmando
Zweedsledning