aanvoerster
vrouwelijk (de)/ˈaɱvurstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouwelijke aanvoerderDeze Nederlandse wielrenster is de nieuwe aanvoerster van de wereldranglijst.Zij was de aanvoerster van het team.
Etymologie
*Afleiding van aanvoeren .
Vertalingen
DuitsAnführerin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek