aanwassen
/ˈaɱwɑsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) toenemen, aangroeienDe rivier wies door de overvloedige regenval sterk aan en trad buiten zijn oevers.Het oproer wies aan en verbreidde zich ongehinderd over de stad.De patriottentijd, hoofdzakelijk naar buitenlandsche bescheiden..H.Th Colenbrander; Martinus Nijhoff 1899
Vertalingen
Engelsincrease, wax
Duitsanschwellen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek