aanzetten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ~ tegen tegen iets plaatsen
    Hij had zijn fiets tegen de muur aangezet.
  2. ov (ov) op een kier zetten
    Het venster werd aangezet.
  3. ov (ov) vastmaken
    Soms kunnen afgesneden lichaamsdelen weer aangezet worden, maar lang niet altijd.
  4. ov, kookkunst (ov) (kookkunst) scherpen zonder materiaal te verwijderen
    Hij zette zijn mes alleen even aan op het aanzetstaal en besloot dat hij het later wel een goed zou slijpen.
  5. ov (ov) ~ tot aansporen, op gang zetten
    Tunesië sluit tachtig moskeeën wegens het aanzetten tot geweld [http://www.nu.nl/buitenland/4076710/tunesie-sluit-tachtig-moskeeen-aanzetten-geweld.html www.nu.nl]
    De moderniteit heeft aangezet tot ongebreidelde fantasieën over éenvoudigere'levens op eilanden in de Stille Zuidzee, in de tipi's van de inheemse Amerikanen en in Arabische medina's.
  6. erga, kookkunst (erga)(kookkunst) een korst afzetten, vast gaan zitten aan een pan
    Roer af en toe om te zorgen dat de linzen niet aan de bodem van de pan aanzetten.
  7. accentueren
  8. ov (ov) activeren, in gang zetten, van stroom voorzien, opstarten
    Hij trachtte zijn laptop aan te zetten, maar de batterij had het begeven.
    Een aantal seconden geleden had ze hem aangezet en nu lag de eindeloze weg van internet voor haar open. Voordat ze het adres intoetste, strekte Chantal haar armen.
    Voordat ze de computer aanzette wreef Chantal in haar handen.
  9. kookkunst (kookkunst) verhitten en bruin laten worden van ingrediënten
  10. komen, verschijnen
    Hij kwam aanzetten met een grote taart.

Etymologie

*[1-7]

Vertalingen

Spaansponer
Poolswłaczyć