aanzetten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) ~ tegen tegen iets plaatsenHij had zijn fiets tegen de muur aangezet.
- (ov) op een kier zettenHet venster werd aangezet.
- (ov) vastmakenSoms kunnen afgesneden lichaamsdelen weer aangezet worden, maar lang niet altijd.
- (ov) (kookkunst) scherpen zonder materiaal te verwijderenHij zette zijn mes alleen even aan op het aanzetstaal en besloot dat hij het later wel een goed zou slijpen.
- (ov) ~ tot aansporen, op gang zettenTunesië sluit tachtig moskeeën wegens het aanzetten tot geweld [http://www.nu.nl/buitenland/4076710/tunesie-sluit-tachtig-moskeeen-aanzetten-geweld.html www.nu.nl]De moderniteit heeft aangezet tot ongebreidelde fantasieën over éenvoudigere'levens op eilanden in de Stille Zuidzee, in de tipi's van de inheemse Amerikanen en in Arabische medina's.
- (erga)(kookkunst) een korst afzetten, vast gaan zitten aan een panRoer af en toe om te zorgen dat de linzen niet aan de bodem van de pan aanzetten.
- accentueren
- (ov) activeren, in gang zetten, van stroom voorzien, opstartenHij trachtte zijn laptop aan te zetten, maar de batterij had het begeven.Een aantal seconden geleden had ze hem aangezet en nu lag de eindeloze weg van internet voor haar open. Voordat ze het adres intoetste, strekte Chantal haar armen.Voordat ze de computer aanzette wreef Chantal in haar handen.
- (kookkunst) verhitten en bruin laten worden van ingrediënten
- komen, verschijnenHij kwam aanzetten met een grote taart.
Etymologie
*[1-7]
Vertalingen
Spaansponer
Poolswłaczyć
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek