aanzuiging

vrouwelijk (de)/'anzœyɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het door het veroorzaken van een negatieve druk iets naar zich toe trekken
    De hele benedenverdieping stond vol rook, waarna de brandweer besloot het ventilatiesysteem in het pand uit te zetten en op onderzoek te gaan naar de haard. Snel bleek dat het om bladeren ging die in de brandende zon smeulden en voor rook zorgden. De aanzuiging van het ventilatiesysteem bleek de rook van de bladeren in het pand te hebben gepompt.

Etymologie

* van aanzuigen

Vertalingen

Engelssuction, aspiration