aanzwellen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) toenemen in omvang, luidheid of intensiteitDe orkaan was inmiddels aangezwollen tot categorie 3.Er was een aanzwellend gebrul te horen, het gezamenlijke gehuil van woeste, gewelddadige mannen die er klaar voor waren om zich toe te eigenen wat hun niet toebehoorde.In dat soort situaties had Dora ook bij zichzelf gevoeld hoe agressie kan aanzwellen.
Vertalingen
Engelsswell, swell into a roar
Duitsanschwellen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek