aardrijkskunde
vrouwelijk (de)/ˈardrɛiksˌkʏndə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wetenschap) discipline die zich bezighoudt met het bestuderen van het aardoppervlak, het in kaart brengen van vormen van o.a. cultuur, plantenleven en dierenwereld, gebruik van het milieu en verkeer en het beschrijven van het landschapTopografie is een van de onderdelen van aardrijkskunde.
- een schoolvak over het aardoppervlak, topografie en meerBij het eindexamen aardrijkskunde hebben 23 havoleerlingen een aantal vragen gekregen die voor vwo'ers bedoeld waren. De fout is afgelopen donderdag door een school gemaakt, schrijft het AD. De naam van de school is niet bekendgemaakt. Door deze fout moet nu in allerijl het landelijk examen aardrijkskunde voor het vwo worden aangepast.
Etymologie
* In de betekenis van ‘geografie’ voor het eerst aangetroffen in 1769
Vertalingen
Engelsgeography
Fransgéographie
DuitsErdkunde, geografie
Spaansgeografía
Italiaansgeografia
Portugeesgeografia
Poolsgeografia
Zweedsgeografi
Deensgeografi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek