aartsdiaken

mannelijk (de)/'artsdijakən/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie, beroep (religie) (beroep) rooms-katholieke priester met bijstand van de aartsbisschop als taak
    In de vroege middeleeuwen was de aartsdiaken de plaatsbekleder van de bisschop.[http://www.rkk.nl/katholicisme/encyclopedie/a/aartsdiaken Aartsdiaken, rkk.nl]

Etymologie

* afgeleid van diaken

Vertalingen

Engelsarchdeacon
Spaansarcediano