aartspriester
mannelijk (de)/'artspristər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voornaamste priester (bij een kathedrale kerk i.g.v. van rooms)
Etymologie
*afgeleid van priester
Vertalingen
Engelsarchpriest
Fransarchiprêtre
DuitsErzpriester
Spaansarcipreste
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek