ablaut
mannelijk (de)/ˈɑblɑut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) de op het Indo-Europees teruggaande regelmatige afwisseling van bepaalde wortelklinkers in etymologisch verwante woorden en woorddelen, die niet door de klankomgeving wordt bepaaldDe Nederlandse sterke werkwoorden vertonen klinkerafwisselingen die teruggaan op de Indo-Europese ablaut.
Etymologie
* Leenwoord uit Duits Ablaut, gevormd uit het voorzetsel ab- ‘van ... af’ en Laut ‘klank’.
Vertalingen
Engelsvowel gradation
Fransapophonie
DuitsAblaut
Spaansapofonía
Italiaansapofonia
Portugeesapofonia
Poolsprzegłos
Zweedsavljud
Deensaflyd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek