Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
aboma
mannelijk/vrouwelijk (de)/aˈboma/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (reptielen) zeer grote en zware wurgslang uit het geslacht
- bepaald soort vis, , uit een monotypisch geslacht in de familie van grondels
Etymologie
* uit het Sranantongo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek