Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

aboma

mannelijk/vrouwelijk (de)/aˈboma/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reptielen (reptielen) zeer grote en zware wurgslang uit het geslacht
  2. bepaald soort vis, , uit een monotypisch geslacht in de familie van grondels

Etymologie

* uit het Sranantongo