Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
absolutief
mannelijk (de)/ΛΙpsolyΛtif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (grammatica) naamval die voorkomt in ergatieve talen en die formeel uitdrukt:
- het lijdend voorwerp van een overgankelijk werkwoord,
- het onderwerp van een onovergankelijk werkwoord,
- het naamwoordelijk deel van het gezegde,
- de aangesproken persoon.
- (taalkunde) (taaltypologie) benaming voor het lijdend voorwerp in een zinsconstructie met een overgankelijk werkwoord dat formeel gelijkgesteld wordt aan het onderwerp in een zinsconstructie met een onovergankelijk werkwoord.
Etymologie
*van Latijn "absolutivus", vergelijk "absolutif", "absolutive" en "Absolutiv", op te vatten als afgeleid van "absoluut"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek